Dag 26 van Bremen naar Kamperfehn.
17 juli 2018
Vandaag staat stroom voor en stroom tegen in het teken, van onze vooruitgang.
Het is mooi om het spel van stroming te kunnen spelen.
Het vraagt wel inzicht in getijde, hoog en laag waterstanden, en wanneer je de meeste stroming kan verwachten. Een getij gaat iets meer dan 6 uur op en 6 uur af.
Dus verschuift dagelijks met een klein uurtje naar voren.
De formule 1-2-3-3-2-1 kan je altijd hanteren . Dit betekent in het kort het volgende.
Is er voor het gemak, een verhoging te verwachten van 360 cm, (BremenHaven is 410 cm)
Dan neem je voor ieder getal een uur voor opkomend en afgaand tij.
Deel de 360 cm door 12 (alle getallen opgeteld) dan stijgt het water het eerste uur na laagwater 30 cm, het tweede uur 60 cm het derde uur 90 cm, het vierde uur ook 90cm , het vijfde uur weer 60 cm en het zesde uur weer 30 cm, en daarna weer anders om.
De meeste stroom staat dus in uur 3 en 4 na laagwater.
Er was vanmorgen om 5.20 uur hoogwater Bremerhaven.
Bremerhaven ligt 29 mile van Bremen, dus alles gebeurt later en minder heftig.
Onze route was naar zee over de Weser, maar 18 mile voor Bremerhaven zouden we de Hunte nemen tot Oldenburg.
Zowel Bremen , als Oldenburg hadden de eerste sluis, vanaf zee gezien, dus beide plaatsen waren getij plaatsen, ook al lagen ze 40-50 kilometer land inwaarts.
We hadden ingeschat , dat we na 11 uur op ons keerpunt moesten zijn, om de Weser af te gaan en de Hunte op te gaan , en zo, zoveel mogelijk van het tij te profiteren .
Om half acht lagen we in de sluis van Bremen-Hemelingen. Deze sluis heeft een aparte sluis voor recreatievaart. Daar mijn Duits niet zo correct is, dat ik gelijk alles versta als ze een heel epistel opdragen door de speakers van de sluis, riep ik de man in kwestie nogmaals via de marifoon op.
Het bleek dat we alles zelf moesten doen door knopjes in te drukken . En zo geschiede. De man hield nog wel een oogje in het zeil, en vroeg vol trots na de schutting wat we er van vonden.
Het eerste gedeelte ging door de stad , daarna door het havengebied met overslag en scheepsbouw. Het laatste gedeelte voor de recreant.
Veel rivierstranden, met mooi geel zand , ideaal voor de buiten mens. De wandelaar met honden, de fietser, de roeier, en de zwemmer.
We hadden het hele eind stroom mee, en zoals voorspelt, na 34 kilometer om 11 uur bij de ingang van Hunte , die we dus nog even stroom tegen zouden hebben.
Dat eventjes werd 3 uur tegen, en op sommige plekken zelfs 6 kilometer tegenstroom. We wisten dat we tegen zouden hebben, maar zoveel !!
In Oldenburg namen we de sluis , en een vaart van voorlopig 28 kilometer lag voor ons. Recht toe recht aan, met eigenlijk nagenoeg geen scheepvaart.
Daarna via het Elisabethfehn kanaal, en Leda naar Delfzijl. Het programma liep anders.
We waren goed 2 kilometer op het kanaal toen er een jachthaven was zonder een plek voor ons.
Deze twee kilometer heb ik door de bagger gevaren, in de hoop dat het beter zou worden, wat het niet deed.
Voor ons reden om bij de jachthaven te keren.
Maar hoe keer je een boot van 13,50 meter in een sloot van 15 meter breed, met alleen een vaargeul en verder zeer ondiep aan de kanten.
Oplossing , met vereende krachten van 4 personen, een auto , en een schroefaandrijving erbij.
Veel gesjor , geduw en getrek was er nodig, om de oude dame door de bagger rond te krijgen. Dan wil die 30 ton massa niet echt lekker meewerken.
Uiteindelijk is het toch gelukt en zijn we terug gevaren naar het begin van het kanaal en hebben daar de nacht door gebracht aan een ponton.