Potsdam- Burg


Dag 21.

De afspraak met de havenmeester was , dat we om 6 uur zouden vertrekken, en wij de sleutels terug zouden brengen. Het had de hele nacht al gestort, en op het moment van vertrek , was het niet minder.

Regenpak aan, laarzen aan, en in de stromende regen de hond uit laten. Daarna naar de havenmeester, die al op mij stond te wachten. Ik gaf de sleutels af, hij wenste me een goede vaart, en zwaaide me even later nog uit.

Er was weinig aan. Ik had een paraplu bij, om de ergste regen op te vangen.

Slecht weer bestaat niet, wel slechte regenpakken.

Dat heb ik geweten. Na een paar uur varen , was mij regenpak zo door drenkt , dat ik me helemaal in de droge kleren stak, en een ander regenpak aan deed.

Dat voelde een stuk aangenamer.

De eerste helft van de ochtend had nog de naweeën van het meren gebied van gisteren. Je vaart dwars door de meren via de betonning.

Onderweg liepen we langzaam een dubbestel met zand in. Het Elbe-Havel kanaal wordt geregeerd door vooral Poolse vrachtvaarders. 90% van de vrachten wordt door hen ingevuld. Vooral veel zand, grind, gemalen staal en ijzerdraad wordt door hen vervoerd. Olie en containers door duitsers, en versnipperd hout door Nederlanders.

Na een paar uur achter die zandbak gehangen te hebben, liepen we weer in een breder meer, en kreeg ik de kans om hem in te halen. Daar hadden ze een bloed hekel aan, en gaven wat gas bij. Ze wilde me die kans maar moeilijk geven, ondanks dat ik daar volop de ruimte voor had.

Uiteindelijk , met veel gas bij liep ik hen voorbij, en nu proberen uit te lopen.

De betonning  liet een knik zien in de waterweg op het meer . Voor mij een kans om een stuk af te snijden. Op mijn kaart was alles lichtblauw , dus dan zou het hele meer een gelijke diepte moeten hebben. Echter, toen ik goed wel van de tonnen af ging, zag ik de diepte meter met sprongen terug lopen, en binnen een paar luttele seconden zat ik vast aan de grond.

De Poolse vrachtvaarders zullen in hun vuistje gelachen hebben. Voor ik weer los was, waren zij alweer een stuk verder.

In het plaatsje Burg, een plaats voor Maagdenburg, vonden we een plek aan de kant, tussen twee Hollandse schepen in. In het dorp was in ieder geval brood te koop, maar verder was er weinig te beleven, althans , ik heb niets kunnen vinden.

Die avond kregen we bezoek van onze achter buur uit Rotterdam. Hij wachtte op nieuwe opstappers, die zaterdag zouden komen. Had net een motor storing achter de rug, die hij uiteindelijk met telefonische hulp vanuit Nederland zelf op heeft kunnen lossen.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.