De hoorn van de veerboot ging exact om kwart voor zeven. Een ieder die nog niet aan boord was, heeft de boot gemist’. De wind zong door de masten in de haven, een voorbode van een lange dag van meer binnen komers als weg gaanders. Voor ons, net als voor alle schepen in de haven , een verwaai dag’. Buiten waait het 6-7 Bf. Wetende, dat je buiten de haven voor open zee komt, en ook nog lagerwal heb, is het zeker geen pretje , om de haven te verlaten. Dus blijft iedereen binnen. De wandelschoenen gaan aan. Vandaag wordt er gewandeld. Eerst naar het dorp, waar koffie gedronken wordt op een terras. Er worden winkels bezocht die onze aandacht trekken , maar uiteindelijk gaan we voorbij het dorp de duinen in. Na een poosje wandelen , wijst een bord ons naar een strand restaurant. Het is alweer lunchtijd, en daar maken we gebruik van. Met uitzicht op zee, wordt er geluncht in de buitenlucht. De wandeltocht wordt voort gezet langs de waterlijn. Met de wind in de rug is het goed lopen op het harde zand. Uiteindelijk komen we uit bij de haven. De rest van de dag is volgemaakt met lezen, en vroeg naar bed. We waren moe van de wind, die de hele dag door de masten en de stagen zingt, en huilt.