De hagelstenen , zo groot als tennisballen hadden onze bedrijven in Someren en onze vakantietrip naar Polen verwoest. Om toch nog wat vakantie vreugde tot ons te nemen, hadden we besloten een weekje Holland aan te doen, ” waar de wind ons heen waait”. Om wind te hebben, moet je het opzoeken. Wij gingen op naar het Noorden. Zoon bracht ons naar de haven. Op onze weg erheen was het file rijden. Konden we alvast wennen voor de komende nacht.
Bij de haven aangekomen, was het daarna snel starten en weg, om de Schiphol brug van 20.00 uur te kunnen hebben. Met 10 minuten speling, liep dit gesmeerd. Daarna met nog 7 anderen schepen, op naar de sluis aan de Nieuwe meer. Daar was het nu wachten via kanaal 69 op het bericht dat de rijkswegbruggen, en de spoorbruggen , 5 minuten voor ons open zouden gaan. 23.45 uur moesten we klaar zijn. De verlichting , die een half jaar niet gebruikt was, werd geinstalleerd, en had uiteraard kuren. Een schroevendraaiier doet al gauw wonderen. De hele operatie verliep perfect, totdat we bij de derde brug was. De motor begon te stotteren. Voor mij een nieuw iets. Uiteindelijk stopte hij ermee. Wat zou ermee zijn?
Ik keek in de machinekamer. Het brandstofpeil van de tank stond laag, maar niet zorgwekkend. Hoe lang was het geleden dat ik het peil reset had? Oeps! Zou de tank leeg zijn? Ik had nog een reserve tank diesel staan en begon die zo snel ik kon over te pompen naar de voorraad tank. Het hielp. Zonder schokken tufte ons motortje weer verder. Het kostte me wel een half uur, voor mijn hartslag weer normaal functioneerde. Een stevig leerlesje, zo midden in de nacht. Aan het einde van de Kost verlorenvaart, net na de spoorbrug, was voor ons ‘de’ plek, om nacht voort te zetten.