1 mei Lelystad-Wijk bij Duurstede


Een eerste nacht aan boord valt nooit mee. Je hoort het gepiep van de landvasten, die aan trekken als er ergens een schip vertrekt of aankomt. De Bataviahaven heeft niet alleen jachten liggen, maar ook werkschepen van aannemers en overheden. Vissersschepen en slepers. En dit volk wil wel eens vroeg op pad gaan, vroeger dan wij. Om half zeven werd bij ons de hond uitgelaten. Er was een prachtig veld met hoog gras, waar erg veel te snuffelen viel. Zeven uur was er afgesproken te vertrekken, en zo gebeurde het ook. We zagen de sluis van een afstand, waar het nu een drukte van jewelste was, terwijl wij er gisteren als enige doorheen geschut werden. We hadden onze route bekeken, en zouden over het Markermeer parallel blijven varen met de zuid kust, om zo langs het vesting eiland Pampus, Muiden aan te doen, voor de volgende schutting naar de Vecht. Het bijzondere dorp Muiden, met zijn kasteel en oude

bunkers, maar vooral bekent om zijn café “Ome Co”en zijn restaurant “Floris de vijfde”. En Daphne Dekker woont er, en niet te vergeten de legendarische “Rode Gerrit”. Een van de eerste charterschippers, met zijn prachtige verhalen en zijn opvallende rode baard.

We voeren de Vecht op richting Utrecht. De mooie vecht met zijn vele woonboten, landhuizen, en pittoreske plaatsjes. Schitterend om te varen of te fietsen. We wisten dat er een stremming was, vlak voor Maarssen. We moesten dus voor die tijd van de Vecht af en het Amsterdam-Rijnkanaal nemen.

We kozen Nigtevecht . De brug ging net dicht toen we aan kwamen varen. Ik zocht het telefoonnummer op van de brugwachter, maar kreeg geen kans deze te bellen, want de brug gaf al rood-groen voor mij. Dat gaat toch zo makkelijk met al die camera’s . Op het Amsterdam Rijnkanaal viel het mee met de drukte. In de verte kwamen twee vrachtschepen aan, en verder was er weinig te zien. Via mijn Ais kon ik al het verkeer wat er rond mij voer, al van een afstand aan zien komen. Ook kan ik zien of ik ingehaald wordt, of dat ik uitloop op het schip achter mij. Ik krijg door dat mijn achtervolger mij inliep. Ik gaf een tandje gas bij. Na een poosje nog een tandje gas bij, zoveel tot hij op gelijke afstand met mij opvoer. Dit ging goed tot Utrecht, waar ik weer een ander geladen vrachtschip op liep. Als ik vlakbij ben, neem ik gas terug en mijn achtervolger haalt mij in, om daarna ook mijn voorganger te passeren. Maar mijn voorganger toont een blauw bord en neemt de verkeerde wal om daar aan te gaan liggen. Vanaf dat moment is de weg weer vrij, en varen we samen op naar de Irene sluis bij Wijk van Duurstede. In de sluis ben ik een dwerg tussen 4 van die dikke bakken van meer dan 1500 ton.

Het lukt me om snel achter een lege binnenvaarder de sluis uit te varen. Voor het geweld achter mij op gang komt , ben ik al weg en neem kort na de sluis de afslag naar Wijk bij Duurstede. Een leuk plaatsje met vele terrassen , eettenten en bezienswaardigheden. Voor mij is het belangrijkste , de havenmeester. Deze leuke dame met een vlotte babbel en een hondje kwam speciaal voor mij om af te rekenen. Afrekenen voor het mooiste plekje van de haven.